26 September 2018

Op de automatische piloot

Piloten zijn verwend geraakt door hun “digitale dubbelganger” : de automatische piloot, aldus de New York Times.

Een boeiend verhaal omdat het natuurlijk ook een metafoor is voor de manier waarop wij onszelf in slaap zouden kunnen sussen door te vanzelfsprekend te vertrouwen op onze digitale hulpmiddelen.

Je denkt dat je je afspraak goed in je elektronische agenda hebt gezet en dat je een waarschuwing krijgt, maar je was een bepaald instellinkje toch vergeten. Je dacht dat je een electronische uitnodiging had aanvaard, maar plotseling word je gebeld: waar of je blijft?

En dat is dan nog maar het persoonlijke niveau. Wat moeten we verwachten als we onze bedrijfssystemen gaan opdragen bepaalde handelingen “automatisch” te verrichten en dat gaat vaak zo goed dat we niet meer in de gaten hebben dat er iets is mis gegaan?

Wat kunnen we leren van de piloten , die qua automatisering ook voorlopers zijn?

In het artikel beschrijft de auteur, een ervaren ex-piloot hoe het werk van de piloot in de loop der decennia steeds minder is gaan voorstellen. Hij verklaart daaruit de blunder van de piloten van NorthWest Airlines die hun landingsplek met maar liefst 150 mijl voorbij schoten omdat ze geheel op waren gegaan in hun laptops waarmee ze het nieuwe dienstrooster aan het opstellen waren.

Weliswaar is vliegen een stuk veiliger geworden door de automatisering, GPS en wat niet al, maar is de menselijke  rol daar wel op aangepast?

We doen nog steeds alsof we alles zelf doen en hebben onze rol niet terug gebracht dan wel opgekrikt naar het niveau dat bij de nieuwe situatie hoort.

Iedereen kent het verhaal dat er in Engeland nog jaren stokers mee reden op electrische treinen. Dat zou door de vakbonden afgedwongen zijn, maar misschien had het ook alles te maken met het feit dat het moeilijk is te erkennen dat je een bepaalde betrekking en bijbehorende status eigenlijk gewoon kwijt bent.

In zijn hilarische boek over het eerste amerikaanse astronauten programma “The Right Stuff”     

beschrijft Tom Wolfe in hoofdstuk 8 de confrontatie tussen de ingenieurs en de astronauten over de vraag of er een raam in de ruimtecapsule moet. Bovendien willen de astronauten zelf een luik open kunnen doen na de landing terug op aarde, want dat zijn ze zo gewend van hun straaljagers. Onzin zeggen de ingenieurs: dat is allemaal maar slecht voor de veiligheid en de astronauten moeten niet denken dat ze zijn ingehuurd om te vliegen. Een van de astronauten constateert dan dat ze niet meer zijn dan “college trained chimpanzees” en eigenlijk moet iedereen dat beamen. Om redenen van public relations kwamen de voorzieningen er natuurlijk toch.

De les die we eruit moeten terkken is dat we veel explicieter de nieuwe rollen en verantwoordelijkheden moeten definieren als we een (ver)nieuw(d) systeem in gebruik hebben genomen. En status overwegingen moeten daarbij gewoon besproken kunnen worden.

De menselijke tussenkomst hoeft er immers niet minder waard om te worden, integendeel, misschien minder maar wel van hogere kwaliteit. Het kan zijn dat daar andere mensen voor moeten komen, maar het kan natuurlijk ook heel goed een basis zijn om mensen bij te scholen en hoger te waarderen.

Vandaar ook de conlusie van de schrijver: “Maar de beste veiligheidsgarantie blijft toch de piloot die ergens diep van binnen, los van het vliegtuig, “weet” dat er iets kan falen en waar de kwetsbaarheden kunnen zitten. Geen systeem kan ooit die menselijke intuitie vervangen.”

Speak Your Mind

*