21 July 2018

Eigen (on)aardigheden van Kurzweil.

Ieder mens heeft zijn eigen aardigheden en onaardigheden natuurlijk.Die eigen aard van de mens (Singularity)staat centraal en ter discussie  in de theorie van Ray Kurzweil die gister wintergast was bij de vpro. Zoals science fiction zijn succes (tov echte wetenschap) als voorspeller te danken heeft aan  1 centraal thema: de miniaturisering, zo staat bij Kurzweil de exponentiele groei van informatietechnologie en daarmee van de mogelijkheden van de mens  centraal. Maar dit leidt ook tot verandering in de eigen aard van de mens: hij gaat vergroeien met computers en machines tot een wezen dat meer kan. Maar wat is meer?

Het was natuurlijk een mooi programma, maar het viel me toch tegen. In de eerste plaats omdat komiek(zo noemde hij zichzelf; als excuus?) Heertje als interviewer teveel opkeek (zelfs letterlijk)tegen zijn “geniale” gast   In de tweede plaats echter omdat Kurzweil weinig toevoegde aan zijn boek van, alweer,  5 jaar geleden. Kennelijk zijn wij nu rustig zijn paden aan het afwandelen en is hij zijn gelijk aan het binnen halen. Ook op www.singularity.com heerst de rust van de extrapolatie. De filosofische en politiek-maatschappelijke gevolgen van zijn gelijk doet hij mij te makkelijk af en Heertje vroeg daar te weinig op door.

In de geschiedenis van de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie is juist de vraag naar het waarom en de beheersing essentieel.

Turing schrok al terug voor de gevolgen, maar Weizenbaum maakte het wel heel pregnant in de titel van het laatste hoofdstuk van zijn “Computer power and human reason” (nog steeds het beste boek terzake) : “Against the imperialism of instrumental reason”. Hij eindigt dat hoofdstuk en dus het boek met de vraag : “What could it mean to speak of risk, courage, trust, endurance, and overcoming when one speaks of machines?”

Bij de Wintergast Kurzweil kwam ook menselijke trekjes als moed  en liefde ,nog wel aan de orde maar alsof ze aan de hoofdlijn van de ontwikkelingen niks af zouden doen, opgevreten zouden worden door de “blob” van de technologie.

Het middel heiligt de doelen, lijkt hij te suggereren. En het is dan ook wat makkelijk om de Unabomber en McKibben op 1 hoop te vegen als tegenstanders van technologie vanwege de nare effecten. McKibben heeft wel degelijk constructieve voorstellen gedaan om de technologie te sturen. Want dat is wat Kurzweil lijkt over te slaan: wil je de technologie nog sturen of heb je het opgegeven? De technologische gevaren van op hol slaande ontwikkelingen of losse gekken voorkom je niet met wat technische hulpmiddelen (guidelines, rapid response systeem etc.): we hebben een versterkte democratie nodig.

Je moet de mens , al dan niet vergroeid met een machine, toch naar zijn eigen, individuele aard kunnen laten kiezen? En ook al zal de keuze van heel veel mensen hem (en mij) niet bevallen, het is principieel onjuist de technologie voldongen feiten te laten creeren.

In zijn boek (blz 470 ev) gaat Kurzweil in op dergelijke kritiek onder de kopjes “likelyhood of government regulation” en “unbearable slowness of social institutions”. Hij geeft echter aleen maar voorbeelden dat technolgie nu eenmaal de neiging heeft zich om vertragende instituties en regels heen te werken(473).Jammer dat hij zijn inzichten en creativiteit niet los laat op wijze van meningsvorming en besluitvorming die we nodig hebben om het gelijk dat hij aan het halen is te besturen.alleen maar zeggen dat de technolgie voor iedereen beschikbaar zal komen niet alleen voor de rijken en dat het voor de rest een kwestie is van debateren over de wenselijkheden, is natuurlijk te simpel, helemaal als je er aan toevoegt: “it’s easy to predict who will win, since those withe enhanced intelligence will be far better debaters”.(blz 472)

In Mensenarm Dierenrijk vraag Brandt Corstius zich ook af of onze uitvindingen binnen of buiten het lijf moeten (blz 118) en net als Kurzweil gaat hij ervan uit dat we de technologie zullen integreren       ( “de mobiele telefoon zal binnenkort in ons oor gesoldeerd worden”). Maar in plaats van een mensmachine combinatie voorziet hij een overgang van” mensen die elkaar kunnen aanraken naar internetmensen die met elkaar kunnen communiceren”, mensen zonder lichaam. Ook bij hem geen ideeen over de manier waarop we ons met ons allen moeten organiseren en besluiten moeten vormen.

Net als bij alle science fiction is de kans groot dat ze gelijk krijgen, maar dan krijgen we ook de democratie en het imperialisme dat  we verdienen: een technocratie. En helaas zijn die meestal net zo dictatoriaal en imperialistisch als de Mekon van Daan Durf : een en al brein maar geen hersens!

mekon

Speak Your Mind

*