21 July 2018

Een kip zonder kop op het verkeerde been.

Van een informatieOverheid (volgens de WRR) naar een individueleOverheid.

 

Spagaat.
De WRR adviseert de regering de huidige eOverheid te transformeren tot een iOverheid. Van een overheid die denkt en werkt in kokers en produkten naar een overheid die zich bewust is van de informatie in ketens en processen.
Het advies is gepubliceerd in een rapport van 250 pagina’s en gaat vergezeld van 1000en pagina’s rapporten en onderzoeken. De WRR schetst daarin “ zijn visie op de digitalisering van de overheid” maar ik mis een duidelijke probleemstelling.
Misschien moeten we die vinden in het volgende citaat:
“ De overheid ontkomt niet aan een spagaat: de inzet van ICT door de overheid moet het leven van burgers in diverse opzichten aangenamer en veiliger maken, maar zij moet ook waken over fundamentele rechten zoals privacy en autonomie van burgers”. Om na een tussenkopje “ iOverheid” te vervolgen met “ De zoektocht naar deze spagaat vormt het vertrekpunt van dit rapport”.
Ik weet niet of je een spagaat kunt zoeken, maar volgens mij heeft de WRR haar niet gevonden. Er wordt enorm veel aandacht besteed aan de invalshoek van de overheid , maar bijzonder weinig aan die van de burger. Het is maar een symptoom, maar toch: het woord “overheid” komt drie keer vaker voor dan “burger”. En als de burger in beeld komt is het vooral analytisch: adviezen om zijn/haar rol sterker te maken zijn er niet. De WRR beperkt zich tot het bepleiten van meer transparantie, “ versterking van het inzicht dat de burger kan krijgen in zijn of haar eigen (informatie)positie en de mogelijkheden daarin corrigerend op te treden”. Een goede zaak natuurlijk, maar corrigerend is achteraf, als het (misschien) te laat is. De WRR betrekt terecht de stelling dat ”Die emancipatie van de informatie- en rechtspositie van burgers aan de orde is…” . Ofwel: de machtsverhoudingen zijn ongelijk. Maar waar blijven de machts-middelen dan?
Veelzeggend vind ik ook dat de “ burger” en de “samenleving” slechts aan de orde komen in de epiloog en in taalgebruik dat “ de informatiesamenleving het decor vormt voor de analyse van de inzet van ICT door de overheid.” (blz 32 maar ook blz 34). Kennelijk zit de burger in het decor en levert de overheid de hoofdrolspelers.
Macht.
De adviezen reiken geen machtsmiddelen aan, maar beperken zich tot het bepleiten van een aantal adviserende instanties (permanente advies-commissie aan het parlement, een iplatform en een iautoriteit) en een verdere professionalisering van het opdrachtgeverschap bij de overheid.
Daarmee kiest de WRR er in feite voor de tanker van de eOverheid van een andere bemensing te voorzien en de stuurlui beter op te leiden; misschien komen we dan in het vaarwater van een iOverheid, maar of het een andere koers is en een aankomst oplevert is voor mij de vraag.
Waarom de betere stuurlui niet van de wal gehaald en met kleinere, slagvaardiger bootjes? Hoe wil je het (interne) opdrachtgeverschap van de overheid nu verbeteren als de externe opdrachtgevers daar niet bovenop (kunnen) zitten? De CIO’s moeten toch architecten zijn met “ macht en gezag” en geen stucadoors? Hoe voorkomen we dat politici zich als amateurs blijven gedragen (Burgemeester Cohen nav de noord-zuid-lijn). Het zou de WRR niet alleen om professionalisering moeten gaan maar vooral om politisering van het opdrachtgeverschap !
Een iOverheid zonder burgers en politici: een kip zonder kop?
Lijdend voorwerp of onderwerp?
Waarom niet voortgeborduurd en geanticipeerd op de aanbevelingen van de Staatscommissie Grondwet die de betekenis van (informatie)grondrechten wil vergroten (blz 30) en het recht op bescherming van persoonsgegevens wil verzelfstandigen (tov privacy) (blz 82) ?
Alleen als de burger een machtspositie heeft kan zij de politiek en de overheid weer gaan sturen zoals het hoort. Waarom is de burger altijd lijdend voorwerp en maar zelden onderwerp ?
Het lijkt er op dat de WRR zich aansluit bij de voorzitter van het CBP die ook vindt dat de positie van de burger beter wettelijk moet worden verankerd. Tegelijkertijd acht hij het echter volstrekt ondenkbaar dat die burger inzicht zou kunnen hebben in alle voor hem relevante bestanden. en dus (?) stelt hij (bij EPD-expert-meeting Eerste Kamer) :”Voor de verbetering van de bescherming van persoonsgegevens is het nodig dat de aandacht bijna volledig uitgaat naar de twee andere spelers in het veld: de verantwoordelijke en de toezichthouder”. Ook bij hem dus het versterken van het institutionele been van de spagaat en het opgeven van het andere.
Hoe komt het dat de WRR, het CBP , maar bijv ook de Rekenkamer (met recent rapport over open source bijv) meegaan in het denken vanuit het bestaande en in het observeren “ van binnen naar buiten” ? Waarom wordt er altijd aan het bekende been gesleuteld en nooit eens aan het andere, het individuele been waar alle nieuwe technologie nu juist op toe gesneden lijkt?
Paradigma.
De WRR noemt de overgang van een eOverheid naar een iOverheid een paradigma-verandering. De definitie daarvoor (Kuhn) zegt echter dat daar sprake van is als bestaande denkramen niet meer voldoen om geconstateerde ontwikkelingen te duiden. Maar het denkraam van de iOverheid is niet wezenlijk anders dan dat van de iOverheid: van bovenaf bekeken zien kokers eruit als een keten. Het loopt ook een beetje achter de feiten aan: men is binnen de overheid natuurlijk al jaar en dag aan het denken en werken in ketens en het “ managen op processen” lijkt zelfs tot inhoudelijke, ambachtelijke bloedarmoede te leiden. (http://www.vpro.nl/programma/buitenhof/afleveringen/44605091/items/44606396 )
Het denkraam dat wel wezenlijk anders is , is dat van de personalisatie: de voortdurende en elkaar versterkende wisselwerking tussen de behoeften aan individuele autonomie en de mogelijkheden van kleinschalige en deelbare technologie. De WRR heeft een blinde vlek voor de democratische potentie ervan . En dat verklaart ook waarom zij zo weinig aandacht heeft voor web 2.0, open (d.i. deelbare) technologie, bezuinigingen en de veranderende rol van de overheid, het belang van lokatie-gebonden gegevens. Ze heeft het wetenschappelijk uitgangspunt “ bij gelijkblijvende omstandigheden” wat al te letterlijk genomen.
Personalisatie levert een wezenlijk andere invalshoek op: mis je die, dan werkt dat in alles door. Helaas hebben marktpartijen het wel door en ook wij in onze rol van consument kunnen er goed mee uit de voeten. Als staatsburger zijn we nergens.
Een gemiste kans voor de WRR die ons op het andere been van haar eigen spagaat had kunnen zetten. En een paradox: als de WRR adviezen wel zouden leiden tot verbeteringen dan zou dat betekenen dat we nog slechter af zijn: een geprofessionaliseerde iOverheid heeft dan namelijk te maken met burgers/klanten met een relatief nog zwakkere informatie-positie. En het simpele feit dat een organisatie “ van de overheid” is of is geweest biedt geen enkele garantie dat mijn persoonsgegevens in goede handen zijn en dat mijn privacy goed beschermd wordt. De regels van Facebook bieden mij vele malen meer mogelijkheden dan die van de eerste de beste uitkerings-instantie of woningbouwcorporatie.

Speak Your Mind

*