21 April 2026

De angst voor Boze Broer (2)

Deel twee van een inleiding voor de Kenniskamer Privacy van BZK/Rathenau op 17 december 2009.

Nog altijd kom je in discussies  over persoonsgegevens naast de Grote Broer beelden het argument tegen dat je een bevolkingsadministratie moet opzetten vanuit de gedachte dat een overheid of een bezetter, een Boze Broer haar ten nadele van jou zou kunnen gebruiken.

Die angst leek een beetje weggeëbd, maar ik kom haar weer verrassend vaak tegen sinds er weer politici zijn die de indruk wekken beleid te willen loslaten op bepaalde groepen uit de bevolking met bepaalde kenmerken. Dat kan “goed” bedoeld zijn (bijvoorbeeld burgers wijzen op rechten die ze nog kunnen laten gelden zonder het te beseffen) maar natuurlijk ook “kwaad”. Daarbij is goed en kwaad natuurlijk ook nog tijdsgebonden zodat het op zich goed zou zijn als je een bevolkingsadministratie persoonsONgebonden op zou kunnen zetten.Met een “digitaal kluisje” kan dat, maar daarover later.

WO 2.0

Ik grijp terug op mijn familiegeschiedenis en lees op een pagina uit een (kwijt geraakt) boek over het ondergronds verzet in Groningen dat  veldwachter Kunst op een stormachtige avond bij zijn oude kolomkachel zit.Schel klinkt plotseling de bel.in die tijd schrok men daar van: razzia’s door de Duitsers maakten dat men zijn vrijheid nooit zeker was.Hij deed de deur open en 3 mannen meldden hem dat het een overval was “in naam der Koningin” en dat hij het gemeentehuis en de kluis moest openen.Het bevolkingsregister werd in een zak gestopt om te voorkomen dat jongemannen naar Duitsland zouden worden gezonden.De kaarten werden bij de boerderij van de familie Bos in de grond begraven en na de oorlog beschadigd terug gebracht.

SigarenkistjeIk heb daar een boek [ii] aan over gehouden dat aangeeft hoe het met de Persoonsbewijzen in 1941 en later gesteld was. Bijvoorbeeld: Wie is eigenaar van het persoonsbewijs?  Het Rijk!

Het blijkt dat de persoonsbewijzen zijn ontstaan doordat eerst de distributiestamkaarten geldend werden gemaakt als identiteitsbewijs. De verplichting die altijd bij zich te dragen “als onafscheidelijke getuige van haar meester(es)”, “Zelfs de plattelandsportefeuille (blikken sigarendoos) blijkt geen afdoende bescherming tegen de opdringerige toenadering van mest en slijk”. Het digitale kluisje heeft dus een blikken voorloper!

“Naast de persoonskaart als papieren vertegenwoordigster van den natuurlijken persoon ter gemeente secretarie, zullen wij binnen afzienbare tijd hier te lande dus beschikken over een persoonsbewijs, als onafscheidelijke papieren getuige van den mensch bij zijn dagelijkse omzwervingen.”(blz 9)

Er wordt verder ingegaan op de relatie tussen die 2 documenten , maar het gaat mij er hier vooral om dat die scheiding er al vroeg in zat.

BonkaartOok is het interessant nog even terug te komen op de genoemde voorloper van het identiteitsbewijs, de distributiestamkaart: een uitmuntend voorbeeld van een CustomerRelationManagement-systeem. De “customer” lijkt centraal te staan , maar het is de aanbieder die de dienst(verlening) uitmaakt en waar jij met je bonnetjes te biecht moet. En ook hier weer die tweedeling: een stamkaart en de bonnetjes.

Die twee-deling komt terug als we het digitale kluisje los zien van de anonieme dossiers in de grote (overheids-) bestanden. Pas als de verbinding wordt gelegd tussen het kluisje en een bijbehorend dossier ontstaat er betekenisvolle informatie; en waarom zouden de bestandsbeheerders over onze persoonsgegevens moeten beschikken?

Een voordeel van deze benadering -en van het data-zelfbeschikkingsrecht- is ook dat als we de angst vasn burgers serieus willen nemen ook het “deleten” van persoonsgegevens mogelijk moet zijn. dat zou bovendien een uitkomst zijn voor onze mede-burgers die het slachtoffer worden van identiteitsfraude.


[ii] Persoonsbewijzen, Handleiding voor de uitvoering van het besluit Persoonsbewijzen door J.L.Lentz, Hoofd der Rijksinspectie van de Bevolkingsregisters.VUGA, 1941.

Van privacy 1.0 naar privacy 2.0 (1)

Deel één van een inleiding voor de Kenniskamer Privacy van BZK/Rathenau op 17 december 2009

Van Privacy 1.0 naar privacy 2.0 Slide

Onze omgang met privacy dient zich analoog aan de ontwikkeling van het web aan te passen: van een passieve presentatie naar interactieve communicatie, van supplier naar user generated content.

Van : “The right to be let alone” naar “The right to act alone”.

De collectief georganiseerde bescherming van andermans persoonsgegevens dient gecomplementeerd te worden met individueel beheer van je eigen persoonsgegevens. Na kaders en beginselen en de interpretatie daarvan wordt het tijd voor actie, ook al omdat die kaders en beginselen steeds meer uitgehold en verdund worden [ii]

Van Privacy 1.0 naar privacy 2.0 Slide

De groei van het web

De doorgroei van het web betekent niet alleen andere mogelijkheden en verantwoordelijkheden, maar heeft ook gevolgen op het niveau van hardware en software. Niet alles hoeft meer op je eigen harde schijf of server te staan, we gaan steeds meer rechtstreeks op het web doen : “in the cloud”.

Open standaards en obama

De doorgroei naar de cloud, het wereldwijdeweb als één geheel heeft er ook toe geleid dat grote ondernemingen elkaar steeds meer vinden op belangrijke gemeenschappelijke, “open” standaards, openID etc. Weliswaar stokt het standaardisatie-proces vaak voor het eind, maar het is hoopgevend dat de amerikaanse overheid onverkort voor “open” heeft gekozen terwijl tegelijkertijd Europa enkele tanden heeft laten zien die grote jongens heeft doen terug schrikken.

Overheden zullen echter veel en veel meer moeten doen om het publieke domein van een digitale dimensie te voorzien. Waarom wel verkeersregels, wegen, eisen aan auto’s en rijbewijzen en geen protocollen, bandbreedte, eisen aan systemen en identiteitsmanagement?

Facebook kan haar meer dan 300 miljoen gebruikers profielen laten beheren en waarom zou de nederlandse overheid ons daartoe niet veel beter in staat kunnen stellen? Of moeten we dat niet willen? Ik denk van wel.

Van Privacy 1.0 naar privacy 2.0 Slide

Continuïteit en verandering

Zoals het web is gegroeid en doorgroeit is ook het overheidsbeleid gegroeid. Ik onderscheid een aantal fasen die elkaar gedeeltelijk opvolgen en overlappen. Eerst was alles centraal, moest ook wel vanwege de kosten en de schaarse kennis.

Van Privacy 1.0 naar privacy 2.0 SlideUiteraard sloeg de klepel vervolgens weer decentraal uit onder invloed van de personal (!) computer en de “open source”beweging. Opmerkelijk daarbij is dat het begin van deze beweging wordt geassocieerd met de 80er jaren en vanaf 1991 met Linux , maar dat de Nederlandse gemeenten in zekere zin het eerstgeboorterecht kunnen claimen. Hun samenwerking (SOAG in diverse verschijningsvormen) was evenzeer gebaseerd op het “sharen” van software. De “architectuur” daarvoor (1971) is nog zeer herkenbaar:

Rond 1990 werd er een evenwicht bereikt tussen centrale sturing en decentrale samenwerking.Uiteraard bleven die (de)centrale structuren daarna , maar de beleidsaandacht verschoof naar het verbeteren van het aanbod aan informatie. De stroomlijning van basisgegevens en het opzetten van basis-registraties zijn daar de voorbeelden van: de modernisering van het GBA, etc. De verbetering van het aanbod culmineerde in het zoeken naar mogelijkheden om de burger overzicht en regie te geven. Vraaggericht werd het adagium en dankzij web 2.0 komt nu ook de vraagsturing in beeld. Het “digitale kluisje” was voor die invalshoek in zekere zin de eerste zwaluw die toen nog geen zomer maakte, maar dat inmiddels met de web 2.0 technologie wel zou kunnen.

Helaas moet geconstateerd worden dat er op dit moment geen samenhangend overheidsinformatiebeleid is. Het is uiteengevallen naar de eigen (rijks)organisatie, projecten (ICTU), e-participatie en het beleid m.b.t. persoonsregistratie(GBA) en privacy. Ook de gemeentelijke samenwerking op landelijk niveau lijkt stil gevallen.

Van Privacy 1.0 naar privacy 2.0 SlideHet  meest indrukwekkend  is de beweging rond ambtenaar 2.0, een geheel in de geest passend persoonlijk initiatief. Het beleid m.b.t. het beheer van de persoonsgegevens, mbt de privacybescherming lijkt achterop geraakt. Het CBP blijft de verdedigingswapens op algemeen niveau hanteren en is onderdeel van het systeem geworden. Aanvalswapens  zie ik niet en als je het CBP ziet opereren rond het Electronisch Patient Dossier aarzel je tussen een loodgieter (die en die norm hanteren!),een burgemeester in oorlogstijd (als we niks doen wordt het nog erger) en een generaal die de vorige oorlog voert.

Maar de belangrijkste conclusie moet zijn dat er met alle organisatorische en technologische veranderingen een continuïteit is : het gaat om de informatieverhouding tussen individu en collectief.


[ii] – Zie http://www.ivir.nl/publicaties/dommering/Mediaforum_2009_11_12.pdf


Op de automatische piloot

Piloten zijn verwend geraakt door hun “digitale dubbelganger” : de automatische piloot, aldus de New York Times.

Een boeiend verhaal omdat het natuurlijk ook een metafoor is voor de manier waarop wij onszelf in slaap zouden kunnen sussen door te vanzelfsprekend te vertrouwen op onze digitale hulpmiddelen.

Je denkt dat je je afspraak goed in je elektronische agenda hebt gezet en dat je een waarschuwing krijgt, maar je was een bepaald instellinkje toch vergeten. Je dacht dat je een electronische uitnodiging had aanvaard, maar plotseling word je gebeld: waar of je blijft?

En dat is dan nog maar het persoonlijke niveau. Wat moeten we verwachten als we onze bedrijfssystemen gaan opdragen bepaalde handelingen “automatisch” te verrichten en dat gaat vaak zo goed dat we niet meer in de gaten hebben dat er iets is mis gegaan?

Wat kunnen we leren van de piloten , die qua automatisering ook voorlopers zijn?

In het artikel beschrijft de auteur, een ervaren ex-piloot hoe het werk van de piloot in de loop der decennia steeds minder is gaan voorstellen. Hij verklaart daaruit de blunder van de piloten van NorthWest Airlines die hun landingsplek met maar liefst 150 mijl voorbij schoten omdat ze geheel op waren gegaan in hun laptops waarmee ze het nieuwe dienstrooster aan het opstellen waren.

Weliswaar is vliegen een stuk veiliger geworden door de automatisering, GPS en wat niet al, maar is de menselijke  rol daar wel op aangepast?

We doen nog steeds alsof we alles zelf doen en hebben onze rol niet terug gebracht dan wel opgekrikt naar het niveau dat bij de nieuwe situatie hoort.

Iedereen kent het verhaal dat er in Engeland nog jaren stokers mee reden op electrische treinen. Dat zou door de vakbonden afgedwongen zijn, maar misschien had het ook alles te maken met het feit dat het moeilijk is te erkennen dat je een bepaalde betrekking en bijbehorende status eigenlijk gewoon kwijt bent.

In zijn hilarische boek over het eerste amerikaanse astronauten programma “The Right Stuff”     

beschrijft Tom Wolfe in hoofdstuk 8 de confrontatie tussen de ingenieurs en de astronauten over de vraag of er een raam in de ruimtecapsule moet. Bovendien willen de astronauten zelf een luik open kunnen doen na de landing terug op aarde, want dat zijn ze zo gewend van hun straaljagers. Onzin zeggen de ingenieurs: dat is allemaal maar slecht voor de veiligheid en de astronauten moeten niet denken dat ze zijn ingehuurd om te vliegen. Een van de astronauten constateert dan dat ze niet meer zijn dan “college trained chimpanzees” en eigenlijk moet iedereen dat beamen. Om redenen van public relations kwamen de voorzieningen er natuurlijk toch.

De les die we eruit moeten terkken is dat we veel explicieter de nieuwe rollen en verantwoordelijkheden moeten definieren als we een (ver)nieuw(d) systeem in gebruik hebben genomen. En status overwegingen moeten daarbij gewoon besproken kunnen worden.

De menselijke tussenkomst hoeft er immers niet minder waard om te worden, integendeel, misschien minder maar wel van hogere kwaliteit. Het kan zijn dat daar andere mensen voor moeten komen, maar het kan natuurlijk ook heel goed een basis zijn om mensen bij te scholen en hoger te waarderen.

Vandaar ook de conlusie van de schrijver: “Maar de beste veiligheidsgarantie blijft toch de piloot die ergens diep van binnen, los van het vliegtuig, “weet” dat er iets kan falen en waar de kwetsbaarheden kunnen zitten. Geen systeem kan ooit die menselijke intuitie vervangen.”

Zonder grootschaligheid geen schaalbaarheid

Google zowel als IBM en vervolgens ook de National Science Foundation stellen Universiteiten en studenten in staat om groot te denken (Lees hier verder).
Het is nu vaak te benepen terwijl wetenschap en de praktische toepassingen ervan het vooral zullen moeten hebben van grote gedachten: “Science these days has basically turned into a data management problem” aldus een professor uit Maryland.

Het is duidelijk : de “cloud” komt eraan en de krabbers moeten er klaar voor zijn.
of, om het met fedraal CIO te zeggen : alles wat we de komende jaren oeten doen moet schaalbaar zijn: zonder schaalbaarheid geen succes!

Je stemming bepaalt je woordkeus

Onderzoekers hebben het woordgebruik van 100 miljoen facebook-gebruikers geanalyseerd. Ze ontdekten onder meer dat we (?) op vrijdag 10% gelukkiger zijn dan op maandag.