13 August 2020

Eigen (on)aardigheden van Kurzweil.

Ieder mens heeft zijn eigen aardigheden en onaardigheden natuurlijk.Die eigen aard van de mens (Singularity)staat centraal en ter discussie  in de theorie van Ray Kurzweil die gister wintergast was bij de vpro. Zoals science fiction zijn succes (tov echte wetenschap) als voorspeller te danken heeft aan  1 centraal thema: de miniaturisering, zo staat bij Kurzweil de exponentiele groei van informatietechnologie en daarmee van de mogelijkheden van de mens  centraal. Maar dit leidt ook tot verandering in de eigen aard van de mens: hij gaat vergroeien met computers en machines tot een wezen dat meer kan. Maar wat is meer?

Het was natuurlijk een mooi programma, maar het viel me toch tegen. In de eerste plaats omdat komiek(zo noemde hij zichzelf; als excuus?) Heertje als interviewer teveel opkeek (zelfs letterlijk)tegen zijn “geniale” gast   In de tweede plaats echter omdat Kurzweil weinig toevoegde aan zijn boek van, alweer,  5 jaar geleden. Kennelijk zijn wij nu rustig zijn paden aan het afwandelen en is hij zijn gelijk aan het binnen halen. Ook op www.singularity.com heerst de rust van de extrapolatie. De filosofische en politiek-maatschappelijke gevolgen van zijn gelijk doet hij mij te makkelijk af en Heertje vroeg daar te weinig op door.

In de geschiedenis van de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie is juist de vraag naar het waarom en de beheersing essentieel.

Turing schrok al terug voor de gevolgen, maar Weizenbaum maakte het wel heel pregnant in de titel van het laatste hoofdstuk van zijn “Computer power and human reason” (nog steeds het beste boek terzake) : “Against the imperialism of instrumental reason”. Hij eindigt dat hoofdstuk en dus het boek met de vraag : “What could it mean to speak of risk, courage, trust, endurance, and overcoming when one speaks of machines?”

Bij de Wintergast Kurzweil kwam ook menselijke trekjes als moed  en liefde ,nog wel aan de orde maar alsof ze aan de hoofdlijn van de ontwikkelingen niks af zouden doen, opgevreten zouden worden door de “blob” van de technologie.

Het middel heiligt de doelen, lijkt hij te suggereren. En het is dan ook wat makkelijk om de Unabomber en McKibben op 1 hoop te vegen als tegenstanders van technologie vanwege de nare effecten. McKibben heeft wel degelijk constructieve voorstellen gedaan om de technologie te sturen. Want dat is wat Kurzweil lijkt over te slaan: wil je de technologie nog sturen of heb je het opgegeven? De technologische gevaren van op hol slaande ontwikkelingen of losse gekken voorkom je niet met wat technische hulpmiddelen (guidelines, rapid response systeem etc.): we hebben een versterkte democratie nodig.

Je moet de mens , al dan niet vergroeid met een machine, toch naar zijn eigen, individuele aard kunnen laten kiezen? En ook al zal de keuze van heel veel mensen hem (en mij) niet bevallen, het is principieel onjuist de technologie voldongen feiten te laten creeren.

In zijn boek (blz 470 ev) gaat Kurzweil in op dergelijke kritiek onder de kopjes “likelyhood of government regulation” en “unbearable slowness of social institutions”. Hij geeft echter aleen maar voorbeelden dat technolgie nu eenmaal de neiging heeft zich om vertragende instituties en regels heen te werken(473).Jammer dat hij zijn inzichten en creativiteit niet los laat op wijze van meningsvorming en besluitvorming die we nodig hebben om het gelijk dat hij aan het halen is te besturen.alleen maar zeggen dat de technolgie voor iedereen beschikbaar zal komen niet alleen voor de rijken en dat het voor de rest een kwestie is van debateren over de wenselijkheden, is natuurlijk te simpel, helemaal als je er aan toevoegt: “it’s easy to predict who will win, since those withe enhanced intelligence will be far better debaters”.(blz 472)

In Mensenarm Dierenrijk vraag Brandt Corstius zich ook af of onze uitvindingen binnen of buiten het lijf moeten (blz 118) en net als Kurzweil gaat hij ervan uit dat we de technologie zullen integreren       ( “de mobiele telefoon zal binnenkort in ons oor gesoldeerd worden”). Maar in plaats van een mensmachine combinatie voorziet hij een overgang van” mensen die elkaar kunnen aanraken naar internetmensen die met elkaar kunnen communiceren”, mensen zonder lichaam. Ook bij hem geen ideeen over de manier waarop we ons met ons allen moeten organiseren en besluiten moeten vormen.

Net als bij alle science fiction is de kans groot dat ze gelijk krijgen, maar dan krijgen we ook de democratie en het imperialisme dat  we verdienen: een technocratie. En helaas zijn die meestal net zo dictatoriaal en imperialistisch als de Mekon van Daan Durf : een en al brein maar geen hersens!

mekon

Baas over je eigen avatar!

Onverkrijgbarium, zo heet het zeldzame metaal waarover oorlog gevoerd wordt in Avatar , de science fiction film van James Cameron (bekend van Terminator en Titanic) in drie dimensies.Onvoorstelbaar wat hij voor elkaar weet te krijgen en hoe hij zijn persoonlijke stempel op een film weet te drukken. (Zie http://www.newyorker.com/reporting/2009/10/26/091026fa_fact_goodyear )

Aan de ene kant erg ouderwets: het verhaal is de zoveelste variant op aloude mythen en sprookjes, aan de andere kant erg modern. Er zijn speciale camera’s voor gemaakt en de film is mede daardoor de duurste ooit. Niet de minste in de filmwereld (Katzenberg van Dreamworks) verwacht dat er de derde revolutie in de filmwereld (na geluid en kleur) mee wordt ingeluid.

De meeste “fantasie” is niet meer dan het navertellen (“they pissed us off without even having the courtesy to call it rain”) en becommentarieren van de bestaande wereld (de verlamde hoofdpersoon krijgt te horen dat hij geopereerd zou kunnen worden maar dat je dat van een veteraan-uitkering niet kunt betalen).

Recensies genoeg, deze vond ik mooi; maar ik wil er hier wat anders uit pikken.

Sinds mijn vader in 1953 uit Amerika een Viewmaster mee nam is de 3D-technologie zover dat je het verschil tussen echte en geanimeerde mensen en situaties bijna niet meer voelt.

Wat mij betreft een prachtige ervaring en een reden om weer vaker naar de bioscoop te gaan en science-fiction hernieuwde aandacht te geven. Waarom was  SF ook alweer zo leuk?

Je kunt er letterlijk even bijkomen in een andere wereld en bij terugkeer kun je je eigen wereld weer wat relativeren. En als het meezit kom je op doorbrekende ideeen.

Niet alleen zijn veel SF ideeen via de echte wetenschap werkelijkheid geworden, maar ik herinner me ook een onderzoek waarin SF het qua voorspellend vermogen glansrijk won. De belangrijkste verklarende factor voor het laatste was overigens de miniaturisering. Toen wetenschappers daar nog niks in zagen was het in de SF-literatuur al erg belangrijk om allerlei technologie op mini-formaat onder handbereik te hebben. En hoe belangrijk was de fantasie, het verhaal in het ontstaan van al de micro-technologie die ons nu omringt? Wat was de kip en wat het ei?

Ik zie in de film Avatar ( oorspronkelijk een god die als mens op aarde verschijnt, later via Second Life en Wi jouw dubbelganger/ plaatsvervanger in een virtuele omgeving) ook zo’n doorbrekende trend verbeeld: we zullen steeds meer met “virtuele dubbelgangers” te maken krijgen. We maken ze zelf (profielen etc) of krijgen ze opgedrongen ( cookies, persoonsgebonden budgetten etc) of raken ze kwijt (identiteitsfraude!).

In de film wordt het je verplaatsen in een avatar positief, als een vooruitgang , of neutraal, als iets onvermijdelijks, gepresenteerd. Maar ook als iets wat makkelijk door kwade krachten tegen je gebruikt kan worden.

De boodschap is dat we ons maar beter  kunnen voorbereiden op een wereld waarin we onze persoonsgegevens, de bouwstenen van onze “avatars” moeten kunnen beheren. Zelf je profiel maken en sturen of via je profiel gestuurd worden: dat is de vraag. Baas over eigen avatar!

Overheidsinformatiebeleid op basis van de BurgerInformatieKeten ? (9)

Deel 9 van een inleiding voor de Kenniskamer Privacy.

Zien we de resulaten van het tot nu toe gevoerde overheidsinformatiebeleid als een CRM (een CitizenRelationManagement)systeem dan zou ik er in de geest van het VRM-project een ORM tegenover willen plaatsen.

Waar we gewoon waren te spreken van een OIM, een OverheidInformatieModel, stel ik voor nu te spreken van een OverheidsRelatieModel, een model dat moet leiden tot (een set van ) tools waarmee de burger zijn/haar overheid kan managen.

De redactie van de Kenniskamer Privacy vroeg ook om suggesties voor BZK-beleid. Daarvoor presenteerde ik deze slide:

Ter toelichting daarop het volgende.

1. Het is de kerntaak van de overheid een evenwichtige verhouding tussen burger en samenleving/mede-burgers te garanderen. Die  kerntaak moet centraler komen te  staan en moet in de eerste plaats door BZK opgepakt worden.Wat evenwichtig is maakt de volksvertegenwoordiging uit.De technologische ontwikkelingen  maken het mogelijk de balans te verschuiven.Toepassing van technologie is dus een kerntaak voor de overheid en toepassing van informatietechnologie een kerntaak voor BZK.
2. Voor het eerst in de geschiedenis maakt ICT het mogelijk de balans te verschuiven in de richting van de burger.BZK kan beleid maken vanuit het individu en zijn/haar vraag in aanvulling op het beleid dat gericht is op verbetering van het overheidsaanbod.
3. Openheid en vertrouwen kunnen daarbij weer leidend worden.In geval van twijfel open! En dus ook alle (anonieme) databases ( zie www.data.gov )
4. De verhouding burger: overheid is ook een machtsverhouding.Om het evenwicht te herstellen is een machtsbasis voor de burger nodig. Zijn persoonsgegevens in de vorm van een profiel leveren die machtsbasis. Deze dient met rechten en plichten “hard”gemaakt te worden.
5. Het wantrouwen in Grote (en Boze)Broers behoeft erkenning en kan alleen bestreden worden door de burger voortdurend toestemming te vragen om en inzicht te geven in het gebruik van zijn persoonsgegevens.In de praktijk kandat gebeuren middels pop-up schermen, en menselijke voorlopers en vertegenwoordigers.
6. Door de gevensset in het kluisje te minimaliseren en de dossiers bij organisaties te anonimiseren maak je van de Grote Broers Verre Neven: alleen als je ze nodig hebt doe je er een beroep op en als zij jou nodig hebben moeten ze er om vragen.Het “nuts-model” zo werken de waterleiding en energiebedrijven al lang. Waarom ook niet voor de kilometer-gegevens bijvoorbeeld.
7. De bestaande wettelijke kaders geven Nederland een unieke maar nog potentiele (want papieren) voorsprong bij het beteugelen van het gebruik van persoonsgegevens door commerciele organisaties.De WBP en de GBA moeten daartoe wel met Identiteits-rechten en plichten aangevuld worden.
8. Voorkom centralisatie van databases en maak ze open.Hanteer het “nuts”principe: de burger geeft op, de dienstverleners toetsen (achteraf en marginaal).
9. Bevorder niet alleen (open) toetsing op efficiency (it-dashboard) maar ook op kwaliteit/effectiviteit.
10. Met andere woorden: laat BZK met een ambitieus overheidsinformatiebeleid ontwikkelen. Het huidige beleid is een lappendeken en het is niet duidelijk wat daaronder gebeurt. Als ik toch een gok waag zie ik (met als invalshoek de relevantie voor de burger) de volgende “lappen”:

1. Een BPR/GBA-beleid dat (nog) geen persoonsinformatiebeleid is.
2. Een privacy-beleid dat teveel wordt overgelaten aan het CBP; ontwikkeling en uitvoering van beleid zouden duidelijker gescheiden moeten worden.
3. Een informatiebeleid voor het Rijk dat met een veelbelovende vernieuwingsslag bezig is  (één werkplek, IT-dashboard etc)
4. Een informatiebeleid voor e-participatie
5. ICTU dat vele projecten omvat maar worstelt met de samenhang

En tenslotte het interne informatiebeleid dat van algemeen belang is omdat BZK als voorbeeld, launching customer etc moet functioneren.

Een bijzonderheid is ook nog dat BZK die voorbeeldwerking ook zou kunnen hebben op het gebied van de Politie/Veiligheid.

De BurgerInformatieKeten(8)

De BurgerInformatieKeten.

Deel 8

Merkwaardigerwijs hebben  ook alle keteninformatiseringsverhalen betrekking op de relaties tussen overheden onderling en eveentueel met derden. Maar is er ook een informatieketen denkbaar vanuit de burger?

Kunnen we de wisselwerking tussen de vragende burger en de aanbiedende bestuurder/ambtenaar, ook zien als een keten?

Ik hanteer daarvoor het volgende plaatje:

De burger stelt een vraag. Het kan zijn in de vorm van een dienst die of een produkt dat hij afneemt, maar het kan ook zijn in de vorm van participatie bij beleid, een klacht etc. En daarenboven is de burger natuurlijk ook nog kiezer. In al die rollen vraagt hij om informatie, maar biedt hij ook informatie aan. Dit laatste expliciet (als hij stemt of participeert of klaagt) maar ook impliciet (door diensten af te nemen en dus informatiesporen na te laten waar ook een overheid gebruik van kan maken.)

Genoeg ingangen voor het bestuur, de volgende schakel in de keten om zich druk te maken over een zo goed mogelijk antwoord op al die vragen, over het aanbod van beleid, regels, produkten, diensten maar bovenal over de onderliggende en bijbehorende informatie.

Het bestuur zal op basis van die vragen het “bedrijf” aan sturen, de mensen,processen en structuren die samen de overheid vormen. Gelukkig is het niet echt een bedrijf in commerciele zin, maar het heeft wel  “algemeen nut” en mag dus best aangesproken worden op toegevoegde waarde.

Het bedrijf ondersteunt haar processen met een administratie waarin de bestanden een sleutelrol vervullen, zowel de specifieke bestanden als de gedeelde, de basisregistraties.

Door het beheer van de web-plekken tenslotte kan de koppeling gelegd worden tussen de resultaten van de “bureaucratie” en de behoeften van de burger.

Het is natuurlijk wel zaak die koppeling te beveiligen, te zorgen dat daar alleen dat dossier wordt uitgewisseld wat de burger  resp bestuurder/ambtenaar wensen. De burger hoort die informatieverhouding te bepalen, zowel op individueel als op collectief niveau. Individueel door met zijn unieke identificatie van het anonieme dossier informatie te maken, collectief doordat hij zijn parlement weteen heeft alten maken die de recten en plichten over en weer hebben gedefinieerd.

Op basis van de BurgerInformatieKeten kun je je ook een OverjheidInformatieModel voorstellen; een OIM als ontwerp van een ORM-systeem. Immers de keten en haar schakels zijn universeel: ze komen bij elk onderdeel van de overheid terug. Zien wij de overheid als een taart dan is elk inhoudelijk departement of beleidsveld een taartpunt. nemen we voor elke taartpunt de BurgerInformatieKeten tot uitgangspunt dan kunnen er dus op elke schakel efficiency en effectiviteitswinsten behaald worden. Als elke punt dezelfde standaarden hanteert voor identificatie, produkten/diensten, beleids(kwaliteits-) eisen, transacties etc …….

in een plaatje:

Voor een gemeente werkte ik dit model uit in onder meer het volgende plaatje:

Waar deden we het ook al weer voor?

In drie indruk wekkende boeken republiek der verenigde nederlanden en de”radikale verlichting” beschrijft Jonathan Israel de intellectuele voorgeschiedenis van de franse en amerikaanse revoluties. Ook altijd leuk om te lezen dat de nederlandse republiek daar zo’n cruciale rol in heeft gespeeld, al was het maar door gastvrij te zijn voor Spinoza en ruim baan te geven aan uitgevers en drukkers van allerlei grens-verleggende publikaties.

Maar hoe vat je die drieduizend bladzijden samen, welke van de grote lijnen wil je vast houden?

Gelukkig helpt Israel ons nu een handje met de publikatie van “A Revolution of the Mind; Radical Enlightenment and the intellectual  origins of modern democracy”. Een handleiding achteraf van de kern van zijn analyses.

De ondertitel geeft al direct aan waar het om gaat: wat zijn eigenlijk de wortels van onze democratische waarden en wat kunnen we leren van de historische context waarin deze zich hebben ontwikkeld?

Voor de ontwikkeling van Informatiebeleid een belangrijke vraag omdat informatie en de informatietechnologie van dat moment voorwaardelijk zijn geweest voor het ontstaan van een geheel van principes dat Israel “radical enlightenment”noemt en samenvat(blz viii) als : ”democracy; racial and sexual equality; individual liberty of lifestyle; full freedomof thought, expression and the press; eradication of religious authority from the legislative process and education; and full separation of church and state”.

Israel verbaast zich er over (blz 224) dat de “prevailing view  about the french revolution not being caused by books and ideas in the first place” zo wijd verbreid is , maar acht haar onverdedigbaar: er was eerst een “revolution of the mind” before the” revolution of the fact” (blz 228)

Het lijkt me dat beide onmisbaar waren, de intellectuele bewustwording en expressie waren de lont in een kruitvat. Zitten wij  nu ook op zo’n kruidvat en is internet de nieuwe lont? Wie naar de rol van facebook, twitter etc kijkt in China, Irak etc zou het kunnen denken en hopen.

Als ik over de rol van informatie en technologie in die tijd lees (zie de boeken en essays van Robert Darnton[i])

raak ik  onder de indruk van de prestaties van bijvoorbeeld Diderot bij het maken, uitgeven en distribueren van de Encyclopedie. Ik vraag me ook af of er een analogie is tussen die tijd , waarin men het totale aanbod aan informatie probeerde te vangen in één naslagwerk, en onze tijd waarin dat aanbod overmatig volledig lijkt. Toen was er een revolutie van het aanbod, dankzij de technologie van dat moment, nu hebben we een revolutie van de vraag nodig, met de technolgie van nu.. En waarom ook al weer?

Israel (blz x): “the general reading, debating and voting public need some awareness of the tremendous difficulty, struggle, and cost involved in propagating our core ideas in the face of ..ïdelogies,..elites, ..popular movements.. that combated egalitarian and democratic values from the mid 17th century down to the crushing of Nazism, the supreme counter-enlightement, in 1945” en (blz xi): “It is perhaps this global dimension above all that lends the history of radical thought its continuing relevance in our time. Democratic, secular, and egalitarian ideasdismally failed to be accepted or officially sponsored in many new countries…” en (blz xiii) “More recently, among the foremost challenges to radical enlightenment principles and one particularly threatening to modern society, was the modish multiculturalism infused with postmodernism….that deemed all traditions and sets of values more or less equally valid, categorically denying the idea of a universal system of higher values…”.


[i] Zie zijn : The business of Enlightenment; A publishing History of the Encyclopedie, 1775-1800 maar ook zijn recente essays in the NewYork Review of books over Google Books.